Over de wortels, de stam, de takken en de bladeren van racisme

Over de wortels, de stam, de takken en de bladeren van racisme

Photo: Norma Prendergast

“Als racisme een boom zou zijn, dan zijn de wortels ons eeuwenoud gevoel van onmacht en onveiligheid, de stam ons emotioneel verlangen naar stabiliteit en veiligheid, de takken onze gedachten en interpretaties en de bladeren ons gedrag en onze woorden.”

In de klas van mijn zoontje, het 4-en-5de leerjaar in een Brusselse basisschool, had de juf al een paar keer opgemerkt dat de kinderen “racist!” of “dat is racistisch” tegen elkaar zeiden en dat ze allemaal een beetje zoekend waren naar wat nu wel of niet racisme is. Ze voelden wel dat er iets was, maar ze kwamen niet veel verder dan een oncomfortabele sfeer en vragen over hoe ze dieper op dit gevoelige thema konden ingaan. Vanuit mijn geëngageerd ouderschap en mijn werk als Deep Democracy-facilitator en Mindfulness-trainer bood ik aan om een namiddag-workshop te komen geven in de klas. Na afloop vonden sommigen “hier zouden we nog wel dagen, weken, misschien wel een heel jaar over kunnen verder leren en praten hé!” En ze hebben gelijk. Racisme is geen onderwerp om in één dag te proppen. Maar hoe en wat kun je precies allemaal doen als leerkracht of als school? En wat doe je met kleine kinderen die nog niet zo taal-machtig zijn? Een workshop is een begin, maar je kunt toch niet elke week workshops organiseren?

Een dag later kwam ik het artikel “Racistische uitspraken bij kinderen: hoe reageer je?” op de website van Klasse tegen. Ik was blij om te lezen wat er nu al gebeurt en welke adviezen scholen, leerkrachten en ouders meekrijgen om racisme bespreekbaar te maken. Tegelijkertijd miste ik de nog niet zo bekende benadering die focust op de lichamelijke en emotionele dimensie, gebaseerd op (recente) neurowetenschappelijke stromingen. Want het diep in onze samenleving gewortelde racisme krijg je niet opgelost door enkel praten en denken. Ik neem hieronder graag de rake stellingen en tips uit het artikel onder de loep, om ze met nieuwe inzichten en praktische oefeningen aan te vullen en te verdiepen.

“Jonge kinderen zijn niet kleurenblind. Maak verschillen zoals huidskleur bespreekbaar.”

Deze stelling focust op gedrag en het bespreekbaar maken ervan. Ik wil hieraan toevoegen dat hetbelangrijk is om concrete gedragingen en cognitieve, verbale uitleg steeds te koppelen aan emoties en aan de gevoelens die schuilgaan achter gedrag. Dit kun je met kinderen van allerlei leeftijden op verschillende manieren doen.

  • Begin met basis-emoties herkennen en erkennen, zoals blijheid, liefde, boosheid, verdriet, angst, en ga ook op zoek waar je die emotie voelt in je lichaam (buik, keel, ergens anders, in je hele lijf?). Je kunt bv samen eenzelfde lied zingen met verschillende emoties, je kunt muziek laten horen en vragen welk gevoel erbij hoort (de interpretatie kan verschillend zijn per kind).
  • Je kunt vragen stellen zoals: “ Hoe weet je wat iemand voelt? Hoe ziet je gezicht er dan uit als je boos/verdrietig/angstig/blij bent? Wat doe jij als je boos/verdrietig/angstig/blij bent? Wat wil je dan het liefst?” Doe samen de verschillende gezichtsuitdrukkingen na en help kinderen bij het antwoorden zoeken op die vragen, geef suggesties zodat ze zich er wel of niet in kunnen herkennen en leren om te benoemen.
  • Je kunt samen (een fragment van) het “poppenexperiment” kijken, met de instructie erop te letten welke emoties er opkomen in jezelf. Niet alle kinderen in het filmpje hebben een “voorkeur” voor de witte pop, maar ze schrijven wel allemaal voordelige eigenschappen of situaties toe aan de witte pop. Een kind zei bv “de zwarte pop is mooier, zo was ik vroeger ook, (gevoelsniveau), maar de witte pop krijgt minder straf (gedragsniveau), maar ik weet niet waarom”, (reflectie, zoeken naar koppeling en coherentie tussen gevoel en gedrag).
  • Als begeleider is de kwaliteit van niet-oordelen, openheid en rustige eerlijke nieuwsgierigheid erg belangrijk. Als je een racistische uitspraak hoort kun je de vraag stellen “zeg je dat om te kwetsen of omdat je het niet begrijpt?”. Dit kan helpen als je dat doet met een milde, open, nieuwsgierige houding. Tegelijkertijd hangen er ook stevige oordelen vast aan de woorden kwetsen (‘je mag iemand anders geen pijn doen’) en niet-begrijpen (‘als je dingen niet begrijpt vinden anderen je misschien dom of krijg je slechte punten’) en kan dat het gesprek blokkeren.  Je kunt het herformuleren als: “Wat gebeurt er met jou als je dat zegt? Voel je je dan minder verdrietig, veiliger of sterker? En wat voelt de ander denk je? Bv blijheid, boosheid, onveiligheid of verdriet of nog iets anders?” We kunnen dan samen ontdekken dat het misschien niet de bedoeling was om iemand pijn te doen, maar dat het soms per ongeluk toch gebeurt. Een volgende stap is dan: hoe kunnen we elkaar helpen om het goed te maken als er iets vervelends gebeurt wat we niet zo bedoeld hebben?
“Kinderen kunnen kwetsende dingen zeggen over huidskleur, zonder dat ze dit thuis of ergens anders hebben gehoord. Benoem verschillen en focus op gelijkenissen.”

Hierbij geef ik graag wat achtergrondinformatie mee. Ons hele lichaam en zenuwstelsel is van nature afgestemd op het snel opmerken van verschillen en negatieve prikkels, zodat in een stabiele, veilige omgeving ‘het andere’ wat potentieel gevaarlijk is, snel wordt gedetecteerd. Dit noemen we de ‘negativity bias’. Positieve, verbindende signalen vangen we ook op, maar die worden veel langzamer geïntegreerd en geregistreerd in onze hersenen. Het bewust opmerken en opslaan van positieve informatie kost ons ongeveer vier keer zoveel moeite als het opmerken van negatieve informatie. Nu zijn we als mens vaak op zoek naar een gezond evenwicht van negatief en positief, en naar een geheel beeld waarvan we voelen dat het klopt. Het is daarom belangrijk om een én-én-én-verhaal te kunnen vertellen en om gesprekken te sturen, zodat die de verschillende aspecten aan bod kunnen komen:

  • We erkennen de realiteit waarin we allemaal vanzelf de verschillen opmerken (wij zijn anders), 
  • én we erkennen dat heel veel verschillen juist heel waardevol zijn, zorgen voor groei en ontwikkeling, en helemaal niet gevaarlijk zijn (wij zijn aanvullend), 
  • én we erkennen dat we heel veel dingen gemeenschappelijk hebben die ons verbinden en waardoor we ons veilig kunnen voelen samen (wij zijn gelijk). 
“Kinderen horen en zien ook wat je niet zegt en toont. Breid je boekenhoek uit, haal de wereld naar je klas.”

Kinderen voelen de emoties en sfeer die mensen of kinderen dichtbij hen voelen, zonder dat het benoemd hoeft te worden. Ze nemen gevoelens over zonder dat zij er zich bewust van zijn, en de ander is er zich vaak nog minder bewust van.  Tegelijkertijd is er wel een bepaald gevoel aanwezig, weten ze hier geen raad mee en hebben ze er ook nog geen woorden voor. Dit is het onbewuste proces dat de neurowetenschap “neuroceptie” noemt*. Het kan voor kinderen heel beangstigend zijn om iets te voelen wat je niet kan plaatsen en waar je geen vragen over kan stellen omdat je niet weet wat het is of welke woorden je kunt gebruiken. 

  • Het is daarom belangrijk de grijpbare spullen -zoals boekjes en video’s of ander materiaal- aan te passen, maar ook om te oefenen met het benoemen van wat je voelt. 
  • Samen zoeken naar woorden die passen en betekenis geven aan je innerlijke wereld zorgt dan voor een gevoel van veiligheid en verbinding met andere mensen, waardoor je foutjes durft te maken en eruit kan leren.
“Kleuters zijn te jong om een begrip als racisme te begrijpen. Benoem ongepast gedrag en taalgebruik.”

Bij kleuters hoef je inderdaad niet aan te komen met een lang verhaal over de kolonisatie geschiedenis of uitleg over bewuste processen en cognitieve concepten. Tegelijkertijd begrijpen ze wel wat verschil is en welk gevoel ze krijgen als iemand iets kwetsends tegen hen zegt over iets waar ze zelf niks aan kunnen doen, zoals huidskleur. Ze kunnen ook hun eigen gevoelens herkennen en begrijpen, als we hen daarbij helpen. Kleuters weten wanneer ze zich goed voelen en wanneer ze zich niet goed voelen.

  • Samen kunnen we meer nuances brengen en in plaats van “goed” en “niet-goed” ook verdriet, angst, onzekerheid, blijheid, liefde, twijfel en nog vele andere emoties benoemen (download “boeken en emotiewaaier” op deze webpagina). 
  • De linken tussen gedrag, gevoel en lichamelijke reacties zijn voor kleine kinderen vaak zelfs veel evidenter dan voor ons volwassenen. Ze ontladen opgebouwde spanningen bijvoorbeeld vanzelf door rondrennen of andere bewegingen, of ze kunnen bij hevige emoties van boosheid of angst zichzelf of elkaar pijn doen. Ruimte geven aan wat er nodig is (zoals voldoende lichamelijke beweging en het erkennen van emoties) kan pijnlijke situaties helpen voorkomen.
  • Het benoemen van ongepast gedrag is zeker belangrijk, maar het effect ervan valt of staat met de manier waarop dit gedrag wordt benoemd. Als er tijd en open (niet-oordelende) aandacht gegeven wordt, dan kunnen volwassene en kind samen zoeken naar welk gevoel bij het gedrag hoort en wat er nodig is om de volgende keer iets anders te doen of zeggen.
“Om te praten over racisme moet je er als leerkracht voldoende over weten. Verdiep jezelf in het onderwerp en reflecteer.”

Bij deze stelling voel ik een ja- en een nee-stem. De ja-stem zegt dat het natuurlijk belangrijk is om voldoende aandacht te besteden aan achtergrondinformatie over racisme en dat je weet waarover je spreekt. Kinderen zijn geweldige vragenstellers en het is fijn om daarop te kunnen antwoorden. Zelf heb ik de afgelopen jaren enorm veel geleerd door boeken te lezen, workshops te volgen en inspirerende experts aan het woord te horen. Mijn nee-stem zegt daarnaast dat de wortels van racisme minder ingewikkeld zijn dan we denken en dat iedereen, ook zonder achtergrondinformatie al aan de slag kan gaan om nieuwe gewoontes op te bouwen die preventief en helend werken.

  • We hoeven niet te wachten tot iedereen is opgeleid om racisme te herkennen bij jezelf en bij anderen, om het te benoemen en te genezen. Zelfs zonder erover te spreken kunnen we al starten met trainen en ontwikkelen van lichaamsbewustzijn en emotionele expressie met betrekking tot “je veilig of onveilig voelen”. Deze vaardigheden zijn onmisbaar om iets later constructieve gesprekken aan te gaan en om een niet-racistische cultuur op te bouwen.
  • Waarom zouden we niet direct starten met het ontwikkelen van een helder en zo volledig mogelijk overzicht en korte workshops bestemd voor de onderwijscontext, waarin basisinformatie over racisme en enkele praktische oefeningen zijn uitgewerkt.  Zo kunnen leerkrachten, leerlingen, ouders en andere begeleiders nu alvast van start gaan, én kan er tijd gemaakt worden om ons (samen) verder te verdiepen in wat het betekent om een gelijkwaardige cultuur op te bouwen.

Nu ik deze laatste zinnen schrijf, duikt er ook een vragende stem in me op: kunnen we onszelf als volwassenen, ouders en leerkrachten, toestemming geven om iets niet te weten? Als we er ergens niet zoveel van weten, kunnen we dan samen op zoek naar de antwoorden, samen leren, samen groeien? Durven we, gegrond in de wetenschap dat ons belangrijkste doel is om met elkaar in verbinding te blijven, samen met onze kinderen op avontuur te gaan en nieuwe bomen met andere wortels te planten?

*Neuroceptie is het onbewuste (niet-cognitief) proces waarbij je lichaam constant je omgeving (innerlijk en extern) scant en via al je zintuigen signalen opvangt, verwerkt en doorgeeft aan je ‘reptielbrein’ en limbisch systeem. Bij onveilige signalen volgt een impulsreactie van vechten-vluchten-bevriezen-instorten. Bij veilige signalen gaat de informatie verder door tot in je neocortex (cognitie, perceptie) zodat je er over kunt reflecteren en bewuste actie kunt ondernemen. Dit laatste stelt ons als mens in staat om ons eigen gedrag te veranderen.

Ylva Berg

Ylva is initiatiefneemster van de Resilience Movement, meertalig Deep Democracy-trainer en facilitator (inclusieve besluitvorming en conflictresolutie) voor kinderen en volwassenen, Trainer MBSR/MBCT en Mindful Opvoeden, Embodiment student, vrijwilligster in een sociale beweging en socio-culturele verenigingen, zangeres en moeder van drie kinderen.

Voor specifieke workshops en methodieken kan het collectief HUMMUS-the art of deep democracy je verder helpen


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s